“Binnenste-buiten schilderen”
Nico van Eede heeft van jongs af aan het schilderen geleerd volgens wat ze nu zouden noemen de “beroepsbegeleidende leerweg”. Stien Eelsing, Piet Zwiers, waren zijn eerste leermeesters. Hier in Ede waren Greet Toxopeus, Ben Lamers, David Tonnaer en Kees Oosting de leermeesters.
Nico van Eede hoeft van de schilderkunst niet te leven. “Dat geeft heel veel ruimte, ik maak waar ik plezier aan beleef, het is een vorm van spelen. Het schilderen is dan ook een hele goede manier om in het dagelijks leven mijn hoofd vrij te maken en gevoelens een plek te geven”.
Voor van Eede is het een soort “moeten. ”Het lucht me op en geeft mij veel energie. In het verleden heb ik aandachtig en met veel plezier stillevens, landschappen, portretten op meer figuratieve wijze geschilderd. Maar ik merkte dat ik steeds meer, niet alleen bezig was met wat ik zag, maar meer nog met wat het me deed”.
Hij ging meer naar aanleiding van wat “buiten” was, het gevoel vanbinnen daarbij uitdrukken. “Ik noem het maar binnenste-buiten schilderen of “emo-painting”.
Dat “buiten” is vaak wel de aanleiding om te schilderen: een impressie, een gebeurtenis, soms simpel, soms van groter gewicht.
Op die manier ontstond ook meer abstract werk. Schilderen is op die manier voor hem het pendelen tussen beeld en verbeelding, tussen weten en voelen.
Van Eede heeft een hoog werktempo om kleur en vorm te geven aan zo’n impressie, soms meer figuratief en soms meer abstract. Hij houdt van veel klare kleur en speelse lijnen en zet een verhaal neer dat ook voor anderen herkenbaar kan zijn of de gelegenheid geeft om eigen verhalen erbij te fantaseren of eigen gevoelens onder ogen te zien.
Nico van Eede heeft in het verleden op diverse plekken in Nederland geëxposeerd, solo en in groepsexposities. In 2008 werd door de vakjury de 1e prijs aan hem toegekend bij de amateurkunsttentoonstelling in Huis Kernhem te Ede.
De laatste jaren heeft hij een andere manier van permanent exposeren gevonden: het verzorgen presentaties op YouTube. Van zijn werken werden presentaties gemaakt, met muziek en eigen gedichten. Zo ontstond weer een nieuw samengesteld kunstwerk dat vele bezoekers trekt op YouTube. Zie het voorbeeld hieronder. Meer zien? Ga naar YouTube en typ Nico van Eede.
Wil je wat recente schilderijen van Nico van Eede bekijken? Kijk hier onder maar eens (70 x 100 cm. olieverf op zwaar teken papier).
Ook schrijft hij af en toe een "kinderverhaaltje", zie verder op voor een paar voorbeelden.
Schilderijen 2025-2026
Kinderverhaaltjes
Verloren tijd
Tja, vroeg of laat moest het eens gebeuren, dacht Peter. Je kon ook maar beter niet zo dicht bij de rijksweg gaan wonen. Dat moest een keertje fout gaan.
Peter dacht aan Saartje, de poes, die nu al meer dan een maand weg was. Weggelopen? Onder een auto gekomen? Bij andere mensen aan komen lopen en daar nu in huis?
Als hij eraan dacht wat er allemaal niet met Saartje gebeurd zou kunnen zijn, werd hij weer verdrietig.
Saartje was een heel bijzondere poes. Ze kon met een bakje voer op haar kop rondlopen als je die daar voorzichtig opzette. Het viel er niet af. Knap hè? Ze kon op vensterbanken zitten, hoog boven de grond en ze viel er niet af. Ze leek op een tijger. Eigenlijk noemde Peter haar altijd “Tijgertje”, al gaf ze niks om muizen. Die liet ze gewoon lopen. Soms leek het bijna of ze naar ze lachte. Zo van “wat zijn jullie toch wonderlijke beesten”.
En toen was ze opeens weg, op oudejaarsavond, zomaar weg. Was ze geschrokken van het vuurwerk?
Peter rilde als hij aan de Rijksweg dacht, die drukke weg aan het eind van de straat:
de N224. De N224, alsof je het over een gevaarlijk monster had.
Met vader was hij de volgende dag langs de Rijksweg gaan kijken, maar niks, nergens en nog eens niks.
Toen Peter weer thuis was gekomen, was hij naar zijn kamer gegaan. En toen? Niks en nog eens niks. Peter ging op zijn bed liggen met een kussen tegen zijn buik aangedrukt.
Langzaam werd het donker. Het licht van de lantaarnpaal voor het huis maakte een gele vlek op zijn bed. Even dacht hij dat hij Saar hoorde miauwen. Maar nee, het was niks.
Daarna volgden dagen met dingen die vader en moeder deden: een briefje ophangen bij de supermarkt met “wie heeft Saartje gezien, grote beloning voor wie haar terugbrengt”. Dierenasiel gebeld, wijkagent erbij gehaald, gevraagd aan iedereen om uit te kijken, briefjes met foto van Saar op lantaarnpalen geplakt, miniadvertentie in de krant gezet. Niks, niks en driemaal niks.
En Peter? Hoe ging daarna met Peter? Niks, nergens had hij meer zin in. Je hoorde hem niet meer lachen, had geen trek en wilde niet op straat spelen. Niks geen zin meer in die dingen.
Het is nu een maand later. Kijk daar zit Peter, alleen op zijn kamertje en hij denkt aan Saar, zijn poes. Hij is helemaal alleen in zijn kamertje.
En dan opeens wordt het licht in zijn kamer. De lantaarn gaat zeker aan, denkt Peter.
Maar opeens staat een er een oude man in zijn kamer. Een oude man met een vriendelijk gezicht, een witte baard tot op de grond en hij heeft een witte lange jas aan. Peter herkent hem meteen van de plaatjes: het is het Oude Jaar, het is Vadertje Tijd.
“Zo lieve jongen”, zegt Vadertje Tijd, “ik vond dat ik maar eens met je moest praten. Je hebt veel verdriet, hè? Dat snap ik, Saartje was ook een heel bijzondere poes”.
Peter zucht diep. “Ja dat was ze, ik mis haar erg”.
“Dat kan ik me heel goed voorstellen” zei de oude man zachtjes.
“Maar nu nog eens wat anders”, zei Vadertje Tijd. “Wist je dat klokken stil gaan staan van verdriet?”,
“Nee dat wist ik niet “, zei Peter. “Jazeker, kijk maar eens naar die klok op je kamer”. De klok deed niks, geen tik of beweging. “En, weet je”, zei de oude man, “dat is niet goed voor klokken. Trouwens ook niet voor mensen en zeker niet voor kinderen. Er moet beweging in zitten, anders is het verloren tijd”.
Peter snapte er niks van, maar die oude man was wel erg vriendelijk. De ogen van de oude man schitterden alsof hij toch weer niet zo oud was.
Op dat moment sprong er wat tegen hem aan en voelde hij een snuit tegen zijn handen.
Een snuit tegen zijn handen?
Jazeker, het was Joep, de Labrador, de huishond.
Was er dan nog een hond in huis?
Ja hoor en ook nog twee konijnen, Bim en Bam.
Maar, waarom deden die dan niet mee in dit verhaal?
Peter knuffelde de hond. “Ga je mee dan laat ik je uit en dan gaan we lekker stoeien in de sneeuw!”
“Waf, waf, daar heb ik zin in” blafte Joep, “per slot ben ik er ook nog”.
Maar, waarom weten we nu pas dat er nog meer dieren waren? Ze waren er wel, maar voor Peter waren ze er ook een tijd niet, als je snapt wat ik bedoel.
En wat gebeurde er nu verder met die oude man, Vadertje Tijd?
Misschien was Peter even in slaap gevallen en heeft hij het allemaal gedroomd.
Of misschien ook wel niet, want de klok op Peters kamertje die eerst stil stond, tikte nu weer vrolijk. Warempel en dat is mooi of niet soms?
Casper, Tessa en Pippa verslaan een “draak”
Er is iets bijzonders gebeurd in de Rozenstraat. Dat zat zo. In die straat wonen Casper en Tessa in het ene huis en daarnaast woont Pippa. Zij zijn vrienden van elkaar. Dat kun wel zien en horen: elke ochtend precies om half negen wachten ze op elkaar in het paadje achter de tuinen van hun huis om samen naar school te lopen. Onderweg doen ze tikkertje en maken ze grapjes met elkaar.
Maar nu is dat niet meer zo. Ze lopen nu stilletjes over het paadje en vlak bij de groene schutting kijken ze om zich heen en rennen zo snel mogelijke langs die groene schutting. Ze zijn bang.
Waarom? Nou, dat zal ik je vertellen. Op een dag liepen ze weer achter de tuinen langs die schutting van de tuin van meneer De Bruin van nummer 8 uit de Rozenstraat. En juist op dat moment hoorden ze een verschrikkelijk geblaf, gegrom en gebonk tegen de schutting.
Wat was dat? Het leek wel of er een draak of een hele gemene en grote hond of misschien wel een wolf achter de schutting aan de gang was was. Nog erger, was het een draak daar achter de schutting? Wat schrokken ze en ze holden heel hard weg van schrik. Ze konden niet zien wat het was maar het was heel angstig, dat kun je je voorstellen. Dat gebeurde niet een keertje, maar elke keer als ze daarlangs moesten. Weg was de vrolijkheid, weg waren de spelletjes op weg naar school. Ze durfden niet meer gewoon langs de schutting te lopen. Ze renden zo hard mogelijk voorbij de enge schutting.
Vandaag na schooltijd kwamen ze bij elkaar om te spelen bij Casper. Ze zaten aan tafel om een spelletje te doen, gezellig. Pippa zei: “wacht eens even, ik heb er helemaal genoeg van die enge draak, gemene hond of wolf. We moeten wat doen. We moeten die draak of hond of wolf verslaan! Ja, dat gaan we doen, het is nu wel genoeg geweest”. Casper, als jij nou eens een paar flinke stokken opzoekt en misschien heb je nog wel ergens een rotje liggen die je kunt aansteken en over de schutting gooien. Het moet nu maar eens afgelopen zijn”.
Casper keek wel een beetje, tja hoe zal ik het noemen, sip. “Ik geloof niet dat ik dat durf. Alleen als jullie allemaal met me meegaan en we meer stokken meenemen voor de zekerheid en meer rotjes, die we aan kunnen steken.
“Ja laten we met elkaar gaan” riepen ze door elkaar. Kom we gaan stokken zoeken om eens flink op de schutting te slaan. Dan wordt hij wel bang voor ons en dan gooien we er een paar rotjes achter aan en dan kunnen we weer gewoon daarlangs op weg naar school. Ze riepen door elkaar: We gaan de draak verslaan!
En juist toen kwam vader binnen. “Zo kinderen, gaan jullie buitenspelen en wat gaan jullie buiten doen? Wat is hier aan de hand”?
En toen vertelden ze wat er aan de hand was en wat ze zouden gaan doen. “Tjonge, dat is wel een probleem, dat snap ik. Maar ik denk niet dat daar een draak achter de schutting zit. Maar het moet wel stoppen, dat ben ik wel met jullie eens. Misschien moeten we met elkaar eens verder bedenken wat we nog meer kunnen doen om dit probleem op te lossen!”
“Want: vertel me eens: wie woont daar in dat huis bij die groene schutting? Van wie is die draak, of wolf of gemene hond eigenlijk? Volgens mij woont daar op nummer 8 meneer De Bruin, sinds kort. Ik heb hem nog niet gesproken. Misschien is het een idee dat jullie daar eens aanbellen en vragen hoe dat zit en vertellen dat jullie daar heel bang van zijn geworden wat hij daar in zijn tuin heeft. Is dat een idee? Het scheelt wel veel gedoe ook van stokken en rotjes, trouwens die hebben we allang weggedaan”.
Tja, daar konden Casper, Tessa en Pippa het wel mee eens zijn. Zogezegd, zo gedaan. Ze vonden het wel een griezelig karwei maar er zat niets anders op. Dan maar naar nummer 8 in de Rozenstraat. Tessa, de kleinste van het stel, durfde wel aan te bellen.
En ja hoor, de deur ging open en daar stond meneer De Bruin. “Dag kinderen, wat is er aan de hand?” Zo te horen en te zien leek het wel een vriendelijke man. Maar oh wat een schrik, daar hoorden ze in huis al het geblaf van, ja wat was het, een hond, een wolf een draak?
Pippa deed toch maar een stapje naar voren en vertelde waarom ze zo bang waren daar bij die groene schutting op weg naar school.
Meneer de Bruin moest toch wel heel hard lachen. “Kinderen toch, dat is ook wel een beroerd verhaal. Maar wat jullie horen is Bruno mijn nieuwe jonge hond. En als hij die kinderen hoort begint hij hard te blaffen en te springen tegen de schutting. Hij denkt dan dat jullie met hem komen spelen. Hahaha!” Ik zal hem even halen, dan kan hij met jullie kennismaken. Ha,ha,ha!”
En ja hoor, daar kwam die aan, wat een leuke hond was dat! Nu moesten de kinderen vreselijk hard lachen. “Ha, ha, ha! Het is helemaal geen draak, wolf of enge hond, ha, ha, ha!”
“Weet je wat”, zie meneer de Bruin. “Als jullie dat leuk vinden gaan we hem een keertje uitlaten met elkaar”.
Ja en zo is het dus gebeurd dat de kinderen niet meer bang waren daar bij de groene schutting en weer gezellig met elkaar naar school konden lopen. Bij de schutting riepen ze “Dag Bruno, tot straks!” En als Bruno dat hoorde stopte hij met blaffen en springen tegen de schutting.
Schaam je
Joost voelde het gewoon: er was iets bijzonders aan de hand. Na het avondeten ging moeder niet meteen de hond uit laten en vader liep zomaar van tafel, zonder te gaan afruimen. “Kom eens mee” zei hij tegen Joost en Astrid. “We moeten jullie wat vertellen”.
Joost voelde het aan: er was echt iets bijzonders aan de hand, iets plezierigs bijzonders.
Aan tafel was het hem al opgevallen: de stem van vader leek wat luider en hij lachte ook wat meer als anders. Moeder had een rood hoofd, alsof ze te hard had gelopen met de hond.
Ze lachte naar papa en mopperde helemaal niet toen Joost een beker water omgooide over het tafellaken.
Joost voelde dat er iets heel bijzonders ging gebeuren: zou er een nieuw broertje of zusje komen? Dat is natuurlijk wel leuk maar niet iets wat op het verlanglijstje van Joost stond. Zouden ze een hond krijgen of een konijn? Dat wilde hij allang en graag.
“ Ga zitten allemaal” zei vader. “Nu moeder, zeg het maar”.
Moeder haar ogen schitterden en ze zei: “kinderen wij gaan naar een vrijstaande woning”.
Stil was het en ze keek Joost en Astrid aan. Er gebeurde niks. Joost en Astrid keken elkaar aan met een blik van: snap jij daar iets van? Toen keken ze weer naar vader en moeder.
“Wat is dat, een vrijstaande woning?” zei Joost. “Ja, wat is dat eigenlijk” zei Astrid.
"Dat is een huis, waar je omheen kunt lopen, om je eigen huis, zo vrij als een vogeltje, die grond is van jezelf, je hoeft niet met de fietsen naar de berging onder de flat, je kunt lekker buiten eten in de tuin en er staat een grote appelboom in de tuin…..”. Vader en moeder konden niet meer ophouden.
"Ho, wacht eens even", zei Joost. "wacht eens: we gaan dus naar een huis, gewoon in een straat met een tuin aan alle kanten van het huis en niet meer op een flat"?
"Je begrijpt het helemaal, ik wist wel dat je een slimme jongen was", riep vader vrolijk.
"Dus", zei Astrid, "dan gaan we verhuizen"!
"Juustem", zei moeder, "dat bedoel ik maar".
Joost en Astrid vlogen overeind: “Hoi, hoi, hoi”, riepen ze en dansten in het rond. “We gaan naar een huis met een tuin en een schommel en verstoppertje en hardlopen om ons huis want we krijgen een, uh, uh.....”. “Vrijstaande woning”, zeiden pa en ma tegelijk.
"Zo en waar is die vrijstaande woning" zei Joost?
"Oh, die staat in de Batjesstraat", vertelde vader.
Alle moppen, dat is de straat waar Lineke woont, het meisje dat Joost zo leuk vindt. Da’s boffen denkt hij, dan kan hij fijn gaan spelen met haar en verstoppertje en om het huis heen rennen.
En zo kwam het dat de familie ging verhuizen naar de vrijstaande woning in de Batjessstraat. Dat gebeurde lange tijd later, wel drie maanden later. Op een mooie dag in de vakantie. Vroeg stonden ze op.
"Kinderen dit wordt een heel bijzondere dag", zei vader. Ik ben zo blij dat we naar onze vrijstaande woning in de Batjesstraat gaan, dat ik wel kan dansen en zingen. En meteen begon hij in zijn pyjama rare passen te maken terwijl hij dingen riep en zong als: “dan dans ik de bosstella, ja dan dans ik de bosstella”. Joost dacht: gelukkig dat mijn vriendjes het niet zien, ziet er wel wat maf uit, hoor.
Alles, maar dan ook alles moest ingepakt worden in de dozen van “Vlotweg”, de verhuizer.
De boeken, de poppen, de pannen, de computer……
Maar, niet alles paste in de verhuisdozen: de fietsen, de piano, de keukentrap, Dat werd gewoon zo in de verhuiswagen gezet.
Eindelijk was alles klaar, nou ja, alles zat in de verhuiswagen behalve de fiets van papa, die kon er echt niet meer in.
Gaan jullie maar vast met de verhuisauto mee, ik fiets wel even, het is vlakbij.
Daar gingen ze, in die grote vrachtwagen naar de Batjesstraat en ja hoor daar stond Lineke ook al op de uitkijk toen ze de Batjes straat inreden: ze zwaaide naar hem.
De verhuiswagen stopte en moeder, Astrid en Joost stapten uit.
Joost keek eens om zich heen, naar de huizen aan de overkant. Die mensen waren ook nieuwsgierig en stonden achter de ramen te kijken.
En toen gebeurde het: Vader kwam de straat in rijden op zijn fiets. Niet op een gewone fiets. Hij had zijn fiets versierd met oranje slingers, hij had een feestmuts op zijn hoofd, hij slingerde met zijn fiets van links naar rechts over de straat en zong uit volle borst: "Ik ben vandaag zo happy, zo happy zo happy, zo happy als vandaag was ik nog nooit, lalalalala" en zo verder.
Het zag er idioot uit. Het zag er meer dan idioot uit! Alle buren kwamen naar buiten om dat aan te zien!
Joost voelde zich bijna flauwvallen: zijn vader die daar als een clown door de straat reed, wat zou Lineke daar wel niet van vinden, Joost schaamde zich dood. Hij moest zich schamen, zijn vader!
Stilletjes liep hij naar binnen. Daar hoorde hij vader met hoge stem roepen: "Ja mensen, we gaan hier wonen, ik nodig jullie uit om vanavond met ons feest te vieren in onze tuin"!
Joost hoopte dat Lineke dat maar niet gehoord had.
Die avond, toen het huis al aardig ingericht was, kwamen de buren op visite in de tuin. Het was gezellig, er werd gelachen en iedereen had plezier. Het waren vast en zeker leuke buren.
En Lineke was er ook, met haar vader en moeder.
Toen ze even rondliepen met z’n tweeën, Joost en Lineke, zei Joost:
"Heb je mijn vader gezien, met die fiets?” "Och", zei Lineke, "da’s nog niks, dan ken je mijn vader nog niet, die zou zich pas moeten schamen: die kwam laatst op mijn feestje met de taart op zijn hoofd binnenwandelen en wat later ging hij ook nog zogenaamd dansen. Ik dacht dat ik niet goed werd".
Joost zweeg en zei toen: "nou een vrijstaande woning is niet gek, een andere vader soms ook niet"!
En, zo zie je maar weer, het is rot, maar soms schaam je je voor je eigen vader of moeder gewoonweg kapot!
Maak jouw eigen website met JouwWeb