Tino & Tina

Print dit verhaaltje Print dit verhaaltje

Die ochtend werd Mariska wakker met een raar gevoel in haar buik, alsof ze een beetje misselijk was. En meteen wist ze wat er aan de had was: ze gingen die dag verhuizen.
Beneden hoorde ze al geloop en gedoe. Ze gleed haar bed uit, opende de deur van het kamertje en luisterde boven aan de trap.
“Laten we maar boven beginnen” hoorde ze een meneer zeggen.
Het was dus echt zover, het was de verhuisdag.

Ze kon zich nog goed herinneren dat vader en moeder hadden verteld dat ze gingen verhuizen, ver-huizen, helemaal naar een ander stad, naar een andere straat en naar een andere school. Boos was ze geweest. “Waarom hebben jullie niet gevraagd of ik dat wel wil!” Mariska moest er van huilen. “Ik vind jullie gemeen, het is niet eerlijk.” Ze rende de trap op naar boven naar haar kamertje en lag met haar hoofd in het kussen zachtjes te huilen.
Papa en mama kwamen naar boven. “Ga weg, ik wil helemaal niet naar een ander huis, ik ben daar nog veel te klein voor”.
Papa en mama gingen bij haar op bed zitten. “Ik snap heus wel dat je verdrietig bent”, zei mama. “Ik vind het heel akelig voor je” zei papa. “Maar het kan niet anders, mama moet voor haar werk verhuizen naar het hoofdkantoor in Apeldoorn”.

Later hebben ze er nog vaak met elkaar over gesproken. Langzamerhand begon Mariska er aan te wennen, hoewel, helemaal wennen lukt natuurlijk niet echt.
Apeldoorn, Apeldoorn, klinkt nog steeds niet goed, als een mislukte Appeltaart.
Natuurlijk had ze er veel over gesproken met Evelien, haar beste vriendin en met de meester van groep drie. Mariska had bedacht dat Evelien meteen maar in de zomervakantie moest komen logeren. Dat vonden papa en mama en haar papa en mama een goed idee. De meester had ook een leuk plannetje bedacht: alle kinderen zouden iets opschrijven met een foto van ieder kind er bij. Leuk hoor, maar weg is weg. Weg kamertje met dat Donald Duck-behang, weg eigen tuintje, weg kinderen in de straat: weg Erik, weg Paul, weg Astrid, weg Joost, weg Peter, Annelies en Chantal, weg uit de straat.
Weg Tino. Nou ja, dat was niet heel erg. Wat een vervelende buurjongen was dat. Nou dat ruimt goed op. Tino Eikelino noemde ze hem stiekem of Tino de Pino.
Laatst had hij haar nog een keer helemaal nat gespoten met zijn waterpistool.
En kwam ze hem tegen in het gangetje achter het huis, dan riep hij keihard: “boeh” en stak hij zijn tong uit.

Nou ja, nu was het dan maar zover, snel onder de douche en maar eens kijken wat er te beleven was.
Wel vier mannen liepen het huis in en uit met grote verhuisdozen en zetten ze in een enorme verhuisauto. ’s Middags om half twee was het huis helemaal leeg. Je kon er niet meer zitten, liggen, tv-kijken of wat dan ook maar. Het huis was het huis van Mariska niet meer, alsof ze er ook niet meer echt woonde.
“Ik wil nu wel weg”, dacht ze, “naar mijn nieuwe kamertje en misschien zijn daar ook wel weer leuke kinderen, in de straat, op school”.
“ Kom Mariska, instappen. Zwaai nog maar even naar de kinderen”.

Bijna moest ze nog weer even huilen maar dat deed ze niet. Want juist op dat moment kwam die Tino aanlopen.
“Mariska, Mariska”, riep Tino, “ik heb nog wat voor je”. “Hier pak maar aan, is voor jou”. Mariska kreeg een pakje in haar handen gedrukt. Een cadeautje van Tino die Eikelino?
Ze maakte het open en ja hoor het was een klein Pinootje, je weet wel die grote vogel van Sesamstraat. “Nou”, zei Tino, “dat rijmt he, Tino-Pino. Dan vergeet je me niet. Ik zal je missen, je kon altijd zo leuk kijken als ik je aan het schrikken maakte in het gangetje!”
Mariska moest opeens vreselijk lachen. “Dank je wel hoor, het beste hoor, ik zal jou ook missen”.

“Schiet nou eens op, we gaan rijden”. Snel stapte ze in, papa toeterde nog even en weg waren ze. Onderweg gingen ze nog even bij restaurant “de Kakketoe” wat eten en drinken en een grote ijs toe. “Dat hebben we wel verdiend”, zei moeder, “en anders lopen we daar toch maar de verhuizers voor de voeten”.

Eindelijk waren ze in de nieuwe straat, bij het nieuwe huis. En toen ze daar stopten stonden er al een paar nieuwe kinderen bij de voortuin, nieuwsgierig te kijken naar wat daar allemaal gebeurde en wie de nieuwe buren zouden zijn.
Mariska liep het pad op naar de voordeur.
“Hoi, ik ben Mariska”. De kinderen keken haar nieuwsgierig aan.
“Hoi, dan ben ik Jeroen, van de overkant”.
“En ik ben Jasper van nummer 34”.
“Dag ik ben Karin”.
“Ik heet Tina, ik ben je buurmeisje. Zullen we verstoppertje doen”?

“Nee toch”, dacht Mariska, “eerst Tino en nu hier een Tina”?
Nou ja, dan leek het toch nog een beetje op vroeger.
Het kon best eens heel leuk worden met Tina en die andere kinderen.
Hoera voor Apeldoorn, dat is heel leuk daar hoor!
Mariska voelde zich op eens geen klein meisje meer.