Verloren tijd

Print dit verhaaltje Print dit verhaaltje
Tja, vroeg of laat moest het eens gebeuren, dacht Peter. Je kon ook maar beter niet zo dicht bij de rijksweg gaan wonen. Dat moest een keertje fout gaan.
Peter dacht aan Saartje, de poes, die nu al meer dan een maand weg was. Weggelopen? Onder een auto gekomen? Bij andere mensen aan komen lopen en daar nu in huis?
Als hij er aan dacht wat er allemaal niet met Saartje gebeurd zou kunnen zijn, werd hij weer verdrietig.

Saartje was een heel bijzondere poes. Ze kon met een bakje voer op haar kop rondlopen als je die daar voorzichtig opzette. Het viel er niet af. Knap hè? Ze kon op vensterbanken zitten, hoog boven de grond en ze viel er niet af. Ze leek op een tijger. Eigenlijk noemde Peter haar altijd “Tijgertje”, al gaf ze niks om muizen. Die liet ze gewoon lopen. Soms leek het bijna of ze naar ze lachte. Zo van “wat zijn jullie toch wonderlijke beesten”.

En toen was ze opeens weg, op oudejaarsavond, zomaar weg. Was ze geschrokken van het vuurwerk?
Peter rilde als hij aan de Rijksweg dacht, die drukke weg aan het eind van de straat:
de N224. De N224, alsof je het over een gevaarlijk monster had.
Met vader was hij de volgende dag langs de Rijksweg gaan kijken, maar niks, nergens en nog eens niks.
Toen Peter weer thuis was gekomen, was hij naar zijn kamer gegaan. En toen? Niks en nog eens niks. Peter ging op zijn bed liggen met een kussen tegen zijn buik aangedrukt.
Langzaam werd het donker. Het licht van de lantaarnpaal voor het huis maakte een gele vlek op zijn bed. Even dacht hij dat hij Saar hoorde miauwen. Maar nee, het was niks.

Daarna volgden dagen met dingen die vader en moeder deden: een briefje ophangen bij de supermarkt met “wie heeft Saartje gezien, grote beloning voor wie haar terugbrengt”. Dierenasiel gebeld, wijkagent er bij gehaald, gevraagd aan iedereen om uit te kijken, briefjes met foto van Saar op lantaarnpalen geplakt, miniadvertentie in de krant gezet. Niks, niks en driemaal niks.
En Peter? Hoe ging daarna met Peter? Niks, nergens had hij meer zin in. Je hoorde hem niet meer lachen, had geen trek en wilde niet op straat spelen. Niks geen zin meer in die dingen.

Het is nu een maand later. Kijk daar zit Peter, alleen op zijn kamertje en hij denkt aan Saar, zijn poes. Hij is helemaal alleen in zijn kamertje.
En dan opeens wordt het licht in zijn kamer. De lantaarn gaat zeker aan, denkt Peter.
Maar opeens staat een er een oude man in zijn kamer. Een oude man met een vriendelijk gezicht, een witte baard tot op de grond en hij heeft een witte lange jas aan. Peter herkent hem meteen van de plaatjes: het is het Oude Jaar, het is Vadertje Tijd.
“Zo lieve jongen”, zegt Vadertje Tijd, “ik vond dat ik maar eens met je moest praten. Je hebt veel verdriet, hè? Dat snap ik, Saartje was ook een heel bijzondere poes”.
Peter zucht diep. “Ja dat was ze, ik mis haar erg”.
“Dat kan ik me heel goed voorstellen” zei de oude man zachtjes.
“Maar nu nog eens wat anders”, zei Vadertje Tijd. “Wist je dat klokken stil gaan staan van verdriet?”,
“Nee dat wist ik niet “, zei Peter. “Jazeker, kijk maar eens naar die klok op je kamer”. De klok deed niks, geen tik of beweging. “En, weet je”, zei de oude man, “dat is niet goed voor klokken. Trouwens ook niet voor mensen en zeker niet voor kinderen. Er moet beweging in zitten, anders is het verloren tijd”.

Peter snapte er niks van, maar die oude man was wel erg vriendelijk. De ogen van de oude man schitterden alsof hij toch weer niet zo oud was.
Op dat moment sprong er wat tegen hem aan en voelde hij een snuit tegen zijn handen.
Een snuit tegen zijn handen?
Jazeker, het was Joep, de Labrador, de huishond.
Was er dan nog een hond in huis?
Ja hoor en ook nog twee konijnen, Bim en Bam.
Maar, waarom deden die dan niet mee in dit verhaal?

Peter knuffelde de hond. “Ga je mee dan laat ik je uit en dan gaan we lekker stoeien in de sneeuw!”
“Waf, waf, daar heb ik zin in” blafte Joep, “per slot ben ik er ook nog”.

Maar, waarom weten we nu pas dat er nog meer dieren waren? Ze waren er wel, maar voor Peter waren ze er ook een tijd niet, als je snapt wat ik bedoel.

En wat gebeurde er nu verder met die oude man, Vadertje Tijd?
Misschien was Peter even in slaap gevallen en heeft hij het allemaal gedroomd.
Of misschien ook wel niet, want de klok op Peters kamertje die eerst stil stond, tikte nu weer vrolijk. Warempel en dat is mooi of niet soms?