Op Anneke

Print dit verhaaltje Print dit verhaaltje
Gert-Jan was nog maar net acht jaar geworden en toch al verliefd op Anneke.
Tenminste, dat leek er wel verdraaid veel op. Anneke zat ook in groep 4, een beetje schuin achter Gert-Jan. Ze kon zo leuk lachen, dat klonk als een fietsbel, vrolijk en helder.  Als ze naar voren liep naar het bord of de juf, dan moest Gert-Jan altijd naar haar kijken. Daar werd hij vrolijk van, dan moest hij ook een beetje lachen. Niet hardop, dat zou gek zijn, maar van binnen, in zijn hoofd en een beetje in zijn buik. De kinderen zouden het dan niet snappen en vragen wat er was, want anders sta je wel voor gek. Niemand mocht het weten.
Anneke wist natuurlijk allang dat hij op haar was. Als je langs hem liep, keek ze hem aan en zei: “Hoi”.

“Ja hoor”, zei Anneke later toen hij vroeg of ze met elkaar zouden gaan. Dat was een keer toen ze alle twee tegelijkertijd de fiets in het fietsenrek zetten. Naast elkaar en met de sturen in elkaar.
Toen hij het vroeg was Anneke niet verbaasd. Ze zei: “Dat is goed, maar niet aan andere kinderen vertellen, dat is een geheim en een geheim vertel je niet aan andere kinderen, anders is het geen geheim”.

Nou en als je met een meisje of jongen gaat, dan moet je stiekem briefjes naar elkaar sturen. Dat hoort zo en dat maakt het pas spannend. Een natuurlijk deed Gert-Jan dat ook. Gewoon op zo’n half blaadje achter uit je schrift. Gert-Jan schreef er op: Hoi Anneke, zullen we samen naar huis fietsen? Later schreef hij boven “naar huis”: “naar mijn huis bedoel ik”.
Gert-Jan vouwde het briefje zo klein mogelijk op. Maar hoe moest dat briefje nu bij Anneke komen? Ze zat schuin achter hem. Achter hem zat Johan aan een tafeltje.  En daar achter zat Anneke. Johan is zijn vriend, al vanaf groep 1. Gert-Jan wist zeker dat Johan het briefje open zou maken en zou lezen wat er op het briefje staat.
Gert-Jan schreef met grote letters op het briefje: NIET LEZEN en “voor Anneke”. Toen de juf even niet keek legde hij het briefje achter hem voor Johan op het tafeltje en draaide zich weer snel om. Verder durfde hij niet te kijken. Hij rekende er op dat Johan het door zou geven aan Anneke.

Na schooltijd liep Gert-Jan naar zijn fiets. Daar stond Anneke al op hem te wachten. “Waarom heb je het aan Johan verteld, het was toch ons geheim?” “Ik heb het helemaal niet aan Johan verteld. Johan moest alleen het briefje aan jou geven”. Gert-Jan voelde dat hij een rood hoofd kreeg, van kwaadheid en ook een beetje van schaamte. Nu had Johan toch gelezen wat er in het briefje stond en wist Johan dat hij op Anneke was. Nou is het niet leuk meer, wat een rotjoch die Johan. Hoe kon hij hem nou zo verraden. Johan voelde dat hij duizelig werd, hij zag een groene kleur in zijn ogen van kwaadheid. Of was het van het verdriet omdat Johan hem zo in de steek gelaten had. En nu was Anneke ook nog boos op hem. Weg was ze met de fiets. Gert-Jan was alleen.

De volgende dag op school, in het speelkwartier liep Gert-Jan naar Johan. “Waarom heb je het briefje gelezen?” “Wat maakt dat nu uit”, antwoordde Johan, “je bent toch gewoon op Anneke, dat wist ik allang, dat kan iedereen wel zien”. Gert-Jan voelde weer dat hij groen, geel en paars voor de ogen werd. De tranen stonden in zijn ogen. “Ik dacht nog wel dat je mijn vriend was”. Gauw liep Gert-Jan weg, hij wilde niet dat Johan zag dat hij boos en verdrietig was.

Later op de dag vertelde de juf het paasverhaal. Gert-Jan vond het een mooi verhaal maar ook wel een erg verdrietig verhaal. Daarna mochten ze een paastekening maken.  Gert-Jan tekende Jezus aan het kruis en kleurde hem groen, geel, paars en nog wat rood. Dat ging van zelf.

De juf liep langs de tafeltjes en keek wat de kinderen aan het maken waren. De één tekende een paashaas, de ander een kip met eieren. Bij Gert-Jan bleef de juf staan.
“Wat ben jij nu aan het doen?”, zei de juf streng. “Dat kan niet hoor, zo groen kleuren, dat is niet eerbiedig”. Geef die tekening maar aan mij en maak maar iets leuks, iets anders, wat tulpen of zo. Hier heb je een nieuw blaadje”. De juf pakte de tekening en liep weg. Uit de verte zag Gert-Jan dat de juf van zijn tekening  een prop maakte en in de prullenbak gooide. Weer voelde Johan de tranen in zijn ogen. Hij moest bijna huilen. Gelukkig gebeurde dat nog net niet.
Weer stond er iemand bij zijn tafeltje. Eerst had hij het niet gemerkt.
Het was Anneke.
“Ik vond die tekening wel heel mooi, ik had stiekem gekeken wat je aan het doen was.
Weet je wat, zullen we straks samen naar huis fietsen, naar mijn huis. Dan gaan we samen iets doen, tekenen of zo. Doe je het?”
“Ja, dat doen we, lijkt me leuk” zei Gert-Jan en het kon hem niks meer schelen dat anderen uit de klas het hoorden. Het was net of het licht in zijn hoofd werd, vrolijk en licht.
Een prettig gevoel.