De foto

Print dit verhaaltje Print dit verhaaltje

Er zijn zo van die dagen, die de dag ervoor al beginnen.
‘s Avonds zei moeder: “Astrid, zullen we eens even kijken welke kleren je aantrekt morgen? De schoolfotograaf komt op school, weet je nog? Laten we maar wat kleurigs uitzoeken”.
Nou, dat “we” had ze niet hoeven te zeggen: natuurlijk werd het die groene trui met die gele broek die mama uitgezocht had.
Dure kleren, maar moeders trots!! Voor de helft van de prijs bij de Bijenkorf gekocht. “Dan loopt mijn dochter er ook eens leuk bij”, had ze gezegd.
Astrid vond het kleren van PIPO de clown. Voor een kind uit groep acht wel erg kinderachtig. Maar nou ja, er zat niks anders op, de trui moest aan.

De volgende dag werd Astrid wakker met een vaag gevoel van: er klopt iets niet. Ze draaide zich nog eens om. Maar het hielp niet. Opeens wist ze het: vandaag moest ze op school op de foto. Dat ene zinnetje in haar hoofd: op de foto.
Maar goed, wat zou haar kunnen helpen? Dus: aankleden met de Pipo-kleren en naar school.

Bij het schoolhek stapte ze uit de auto. Moeder zegt: “denk je er nog even aan het elastiek in je paardenstaart wat goed te doen voor de foto, anders hangt het zo in je gezicht”.
“Ja mam”, zegt Astrid en loopt het schoolplein op.
Daar ziet ze gelukkig Margriet en Petra, die tikkertje doen. “Doe je mee, Astrid?”
“Ok√©, wie is hem?”

Tijdens het rekenen komt de fotograaf.
“Kinderen, even stoppen, zo direct ga je achter dit tafeltje zitten met een pen in je hand en die meneer zegt wel waar je naar toe moet kijken. Ik roep de namen op en dan kom je bij mij langs, dan kijk ik even of je kleren en je haren goed zitten”, zegt de juf.
Astrid was al vlot aan de beurt. Haar paardenstaart was helemaal los geraakt van dat tikkertjespelen op het plein. “Kind, ik zal dat eens even goed doen”. Juf pakt een borstel en begint stevig door het haar te ploegen. Toen het elastiek er in en flink aantrekken.
Oh, wat doet dat zeer. De tranen staan in de ogen van Astrid. “Niet huilen”, denkt ze, “je moet op de foto”.
En in een wip is de foto gemaakt.

Precies vier weken later, krijgt ze de enveloppe met foto’s mee naar huis, van de hele klas en van Astrid die aan het tafeltje zit.
“Wat sta je er schattig op en wat kleurt die trui mooi bij je haren” zegt moeder.
Astrid krijgt bijna weer de tranen in haar ogen, maar nu van
kwaadheid. Het is toch geen gezicht, moet je zien, die groene Pipo-trui. En nog het ergste: die rode randjes om haar ogen van het bijna huilen.
“Ik vind die foto snert”, zegt Astrid. “Ben ik niet met je eens”, zegt moeder. “Zet hem maar op de schoorsteen, dan kunnen we de foto morgenavond aan oma laten zien, misschien wil ze ook wel een afdruk van de foto”.
Astrid zet de foto op de schoorsteen.
“Dit mag nooit gebeuren. Ik sta voor gek”, denkt Astrid.
Als moeder de kamer uit is, pakt ze de foto van de schoorsteen¬mantel en stopt die onder haar trui.
Op haar kamer pakt ze de schaar en knipt de foto in hele kleine snippertjes. Dan Kliko.
“Niemand heeft iets gezien. Dat geeft een heel goed gevoel”, denkt Astrid: “opgeruimd staat netjes, die ben ik kwijt”.

De volgende avond komt oma op bezoek voor een kopje koffie.
“En Astrid, laat jij die schoolfoto’s eens zien”, zegt moeder.
Astrid pakt de foto waar de hele klas op staat.

“He mam, weet jij soms waar die foto van mij apart is gebleven?”, vraagt Astrid aan moeder. “Nee”, zegt moeder, “hij stond daar toch op de schoorsteen?”.
“Dat dacht ik ook”, zei Astrid.
“We komen hem vast nog wel tegen”, zegt moeder.
“Vast en zeker niet”, denkt Astrid en kijkt opgewekt naar moeder en oma.
“Zullen we een spelletje “mens erger je niet” doen?”, vraagt Astrid.
“Ja, dat doen we”, zeggen oma en mama.
Die avond wint Astrid het spelletje. Dat is een dubbel prettig gevoel.